Harrier Conservation International
Harrier Conservation International (HCI) is als non-profit organisatie in 2021 opgericht vanuit een lange geschiedenis van onderzoek en bescherming van kiekendieven en andere akkervogels.
Onze overtuiging is eenvoudig: vogels laten ons zien wat er in een landschap gebeurt. Door goed te kijken naar hun gedrag, leefgebieden en veranderingen in aantallen, leren we waar kansen en knelpunten liggen voor natuur én landbouw.
Kiekendieven vormen daarbij een bijzondere leidraad. Deze elegante roofvogels zijn sterk verbonden met het agrarische landschap. Hun aanwezigheid vertelt ons iets over de kwaliteit en samenhang van dat landschap – en over de manier waarop landbouw en natuur met elkaar verbonden zijn.
HCI wil die kennis inzetten voor een toekomst waarin landbouw en biodiversiteit elkaar versterken.
Van kennis naar praktische oplossingen
Veldonderzoek vormt de basis van ons werk. We werken aan kennis over kiekendieven, hun trek, leefgebieden en voedselvoorziening, maar ook over de bredere biodiversiteit van het agrarische landschap – wij houden niet op bij kiekendieven, maar kijken verder. Zo onderzoeken we ook andere akkervogels én insecten.
Die kennis moet vervolgens iets in beweging zetten. Daarom zoeken we nadrukkelijk naar oplossingen die niet alleen ecologisch interessant zijn, maar ook passen binnen de dagelijkse praktijk van boeren.
Een goed voorbeeld daarvan is het Biodivers Akker Mozaïek (BAM). Dit landbouwconcept dat wij ontwikkelden, combineert productie met meer ruimte voor vogels, insecten en planten op het hele perceel. Ook werken we aan pilots met klaveronderzaai in graan, een oude landbouwpraktijk die nieuwe mogelijkheden biedt voor biodiversiteit, bodem en landbouw.
Samenwerken met boeren, onderzoekers, beleidsmakers en natuurbeschermers
Goede natuurbescherming ontstaat niet vanuit één discipline. Daarom brengen we verschillende soorten kennis en ervaring bij elkaar.
We werken samen met boeren die ruimte willen maken voor biodiversiteit, met ecologen en onderzoekers die nieuwe kennis ontwikkelen en met organisaties die zich inzetten voor landbouw en natuur. Juist op het snijvlak van deze werelden liggen volgens ons de grootste kansen.
Juist door samen met boeren te kijken naar wat wél kan, ontstaan oplossingen die zowel praktisch als ecologisch betekenisvol zijn. Onze ervaring leert dat boeren vaak bereid zijn om stappen te zetten voor natuur, wanneer maatregelen aansluiten bij hun bedrijfsvoering en wanneer duidelijk is wat ze opleveren.
Ecologische kennis en landbouwkundige kennis moeten daarom hand in hand gaan.
Kennis delen
Kennis heeft pas waarde wanneer deze wordt gedeeld en toegepast. Daarom vertellen we over ons werk via publicaties, films, podcasts, lezingen en bijeenkomsten.
Van het volgen van vogels tijdens hun trek tot het ontwikkelen van nieuwe landbouwconcepten: steeds proberen we dezelfde vraag te beantwoorden: Wat kunnen vogels ons leren over de landbouw en het landschap van de toekomst?
Kiekendieven als internationale verbindende factor
Kiekendieven kennen geen grenzen. Tijdens hun trek verbinden ze broedgebieden, tussenstops en overwinteringsgebieden over grote afstanden met elkaar. Dat geldt onder meer voor de grauwe kiekendief, bruine kiekendief, blauwe kiekendief en steppekiekendief.
Daarom kijken we verder dan Nederland. HCI heeft nauwe banden met onderzoekers, natuurbeschermers en andere partners in verschillende landen en continenten. Internationale kennisuitwisseling is essentieel om de bewegingen en bedreigingen van deze vogels te begrijpen en effectieve bescherming mogelijk te maken.
Een organisatie met een lange geschiedenis en een blik vooruit
HCI bouwt voort op tientallen jaren ervaring met akkervogels en kiekendieven. De bescherming van de grauwe kiekendief in Nederland vormde een belangrijk uitgangspunt voor veel van dit werk. Vanuit die ervaring ontstond een internationaal netwerk van mensen die onderzoek, bescherming en praktijk met elkaar willen verbinden.
Sinds de oprichting van HCI zijn daar nieuwe activiteiten bij gekomen: van internationale samenwerking en onderzoek naar kiekendieven tot concrete landbouwinnovaties zoals BAM en klaveronderzaai, en van onderzoek naar slaapplaatsen tot het maken van films en het delen van kennis met een breed publiek.
De ambitie voor de komende jaren is helder: kennis ontwikkelen, concepten ontwikkelen, samenwerken en laten zien dat een biodivers landbouwlandschap mogelijk is.
Want uiteindelijk geloven we dat vogels ons niet alleen vertellen wat er misgaat. Ze wijzen ons ook de weg naar wat er wél kan.



















